Niet even maar levenslang leren
8.7% Vlaanderen
25,3% Referentie
31,6% Top
616.000 extra opleidingen
Legende:
Aantal 25- tot 64-jarigen dat deelneemt aan formele of informele opleiding of training in de vier weken voorafgaand aan de bevraging

Recentste cijfer: 2018
Bron: Eurostat

Naar beter opgeleid talent dankzij:

Meer laaggeschoolden in opleiding
2,8% Vlaanderen
14,1% Referentie
20,7% Top
Legende:
Aantal 25- tot 64-jarigen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs die deelnamen aan een opleiding in % van het totale aantal 25- tot 64-jarigen

Recentste cijfer: 2018
Bron: Eurostat
Meer oudere werkenden in opleiding
6,5% Vlaanderen
19,4% Referentie
27,6% Top
Legende:
Aantal werkende 55- tot 74-jarigen die deelnamen aan een opleiding in % van het totale aantal 55- tot 74-jarigen

Recentste cijfer: 2018
Bron: Eurostat
Minder mismatch tussen diploma en jobs
34,5% België
34,7% Referentie
28,2% Top
Legende:
Aantal werkende 15- tot 64-jarigen met een diploma dat hoger of lager is dan vereist voor de job in % van het totale aantal werkende 15- tot 64-jarigen

Recentste cijfer: 2016
Bron: OESO

Hoe? Dit stelt Voka voor:

  • Creëer een platform levenslang leren, waar alle stakeholders samen in zitten.
  • Zet de VDAB in als centrale arbeidsmarktregisseur, die ook aan competentieversterking doet en die loopbaantransities faciliteert.
  • Voer een individuele leerrekening in, waar middelen op komen die je kan besteden aan opleiding.
  • Maak een loopbaanplatform, dat je onder meer inzicht geeft in je competenties en welke opleidingen je kan volgen om je skills te versterken.

Fast Forward Flanders

Met Fast Forward Flanders geeft Voka een overzicht van concrete acties met KPI’s op tien domeinen die belangrijk zijn voor de Vlaamse ondernemingen, en bij uitbreiding voor de hele Vlaamse samenleving.

Voor elk van die domeinen wordt één concrete indicator geselecteerd waaraan de vooruitgang op dat domein afgemeten wordt. Het is uiteraard niet evident om die brede domeinen te capteren in één indicator, niettemin werd een zo representatief mogelijke indicator gezocht per domein. Deze ‘hoofdindicatoren’ zijn aangevuld met meer gedetailleerde ‘subindicatoren’ per domein.

De Vlaamse prestatie op elk van die indicatoren wordt vergeleken met het ongewogen gemiddelde van de Scandinavische landen (voor zover beschikbaar), aangevuld met Zwitserland, en met het topland uit de groep van de 15 meest welvarende Europese landen. Zwitserland wordt toegevoegd omdat het uit de meeste internationale rangschikkingen naar voor komt als een absoluut topland in Europa, relevant dus voor de ambitie van Vlaanderen om een topregio te worden. Uit die vergelijking komt per indicator een concrete KPI om de afstand tot het gemiddelde van de vijf of tot het topland dicht te lopen. Met een jaarlijkse update wordt de vooruitgang op die KPI’s opgevolgd.

Contactpersonen